
Het Nationaal Historisch Museum verdient een plek bij de John Frostbrug aan de Rijnkade in Arnhem, schrijft minister Ronald Plasterk in een brief aan de Tweede Kamer. Hij vindt deze locatie geschikter dan de plek bij het Openluchtmuseum, waaraan een meerderheid van de Tweede Kamer de voorkeur geeft.
Minister Plasterk vindt de Rijnkade de mooiste plek voor het nieuwe museum: “Het belangrijkste argument is dat de Rijnlocatie voor een Nationaal Historisch Museum de fraaiste is: bij het voor de nationale geschiedenis zo belangrijke water, op de plaats waar volgens de legende de eerste Nederlanders op vlotten de Rijn af kwamen zakken, bij de brug waar de laatste slag om Nederland is gevochten, en met een fraai uitzicht op de historische stad Arnhem.”
Bovendien verwacht Plasterk dat het beoogde museum sneller (zonder ingewikkelde bezwaarprocedures) kan worden gerealiseerd aan de Rijnkade dan in het kwetsbare natuurgebied bij het Openluchtmuseum. Ook is de Rijnkade gemakkelijker te bereiken voor museumbezoekers die niet met de auto komen.
Verder maakt Plasterk in zijn brief duidelijk dat hij vindt dat de politiek niet zomaar voorbij kan gaan aan de visie van de directie en de zeskoppige raad van toezicht van het Nationaal Historisch Museum. Zij zijn unaniem voor de locatie aan de Rijnkade. “Het is precies hun taak om vanuit hun expertise dergelijke beslissingen goed gefundeerd te nemen,” aldus Plasterk in de brief van maandag 15 juni 2009.
Lees ook:Nationaal Museum moet bij Openluchtmuseum
Lees ook:‘Nationaal Hysterisch Museum’ in Arnhem
Lees ook:Gratis musea voor Franse jongeren
Lees ook:Nationaal Historisch Museum nu al duurder
Lees ook:Wat is jouw beeld van Nederland?
Heb jij Kunst.Blog nog steeds niet toegevoegd aan je Google homepage of Reader? Klik hier!
De locatie van het NHM naast NOM was belangrijk argument voor de selectie van het plan van Arnhem door de Tweede Kamer. Als deze locatie nu wordt verlaten vervalt keuze voor Arnhem en komt Den Haag weer in beeld. Ook dan is goede samenwerking met NOM mogelijk.